Van tuner naar Usher

De 49-jarige Jack is een uit de klei getrokken Zeeuw. Als kind dachten zijn ouders en leraren dat hij koppig was en niet wilde luisteren. Op 10-jarige leeftijd werd ontdekt waarom hij nooit luisterde. De KNO-arts stelde vast dat hij slechthorend was, en hij kreeg hoorapparaten. Daarna ging Jack naar de dovenschool in Goes en naar een middelbare school in Oostburg. Leren was niet echt aan hem besteed, dus ging hij varen op een zandzuiger. Heel leuk werk, maar levensgevaarlijk en het werd zwaar onderbetaald. Bovendien was hij van maandag tot vrijdag van huis weg. Na vijf jaar hield hij het voor gezien en ging bij een snoepfabriek werken. Later ging hij in de bouwsector werken. Jack had één grote hobby: auto’s. Hij deed niets liever dan rijden, of zijn auto pimpen.

Op zijn 18de deed Jack wat elke 18-jarige deed: zijn rijbewijs halen. Na 14 lessen, 2 x theorie en 2 x praktijkexamen behaalde hij zijn rijbewijs. Met dit papier op zak kocht hij meteen een Ford Taurus 1600 uit 1978. Wat een vrijheid! Hij tufte overal naartoe, tot hij een klapband kreeg en bovenop een geparkeerde auto belandde. De auto was perte totale, dus kocht Jack een nieuwe: een Opel Ascona 1900 uit 1979. Samen met een vriend verbeterde hij de motor, zodat de auto sneller reed en de motor meer lawaai maakte. Hij plaatste ook spoilers en coole wielen op zijn auto. De beste auto waar hij ooit mee heeft gereden, vindt Jack. Heel wat vrienden hadden ook een Opel Ascona, en ze gingen vaak met 5 auto’s op stap. Als ze niet op stap waren met de auto, spraken ze af in de garage van één van de vrienden om gezellig samen hun auto’s te pimpen.

De Opel Ascona van Jack
De Opel Ascona van Jack

De Opel van Jack kwam aan zijn eind door een frontale botsing met een andere auto die hem zijn voorrang niet verleende. De auto was total loss en Jack kocht een nieuwe Opel Ascona 1900, een 2-liter uit 1980. Hij zette de spoilers en wielen van zijn vorige auto op de nieuwe. De motor overplaatsen ging helaas niet. Jack was niet zo tevreden over deze auto, dus kocht hij na 1,5 jaar een Opel Kadett GSI 2-liter, uit 1989. Ook deze auto werd voorzien van een toffe spoiler, flashy wieldoppen en extra lichtjes bij de lampen. De motor werd aangepast en de Kadett ronkte als een sportkar.

In 1993 was Jack 27 jaar. Hij kreeg het idee dat hij wat slechter ging zien, dus ging hij naar de opticiën. De opticiën vroeg hem te gaan zitten. Jack knalde met zijn voorhoofd tegen het meetapparaat. De opticien vroeg “Zag je die niet?” en toen Jack met zijn hoofd schudde zei hij: “Ga jij maar eens naar de oogarts”.

Bij de oogarts kreeg Jack te horen dat hij Retinitis Pigmentosa (RP) heeft en dat er niks aan te doen is. Een bril was niet nodig, want het scherptezicht was nog goed. Deze oogarts was niet echt een aangename vent, en had geen tijd om uit te leggen wat RP is. Jack kreeg alleen het advies om geen auto meer te rijden en werd meteen buiten gezet. Thuis zocht hij meer informatie over RP, het is een oogziekte waar je langzaam blind van wordt. Je krijgt last van nachtblindheid, je gezichtsveld wordt kleiner en je gaat steeds slechter zien. Dat wilde Jack niet echt weten en hij legde het naast zich neer. Hij ging verder met zijn leven: werken bij de bouw en auto’s. En hij leerde een vrouw kennen, waarmee hij een dochter kreeg. Na de geboorte van zijn dochter in 2000 kocht Jack een grotere auto: een Mercedes 190.

Bij de geboorte van zijn dochter besefte Jack dat hij weinig breedtezicht meer had. Hij liep regelmatig tegen een lantaarnpaal. Het autorijden werd ook moeilijker. Het gebeurde vaker dat hij een ongeval nog net kon vermijden en in het donker kon hij niet zo goed meer zien. Ook in de bouw werken werd moeilijker. Vooral in het donker, met bouwlampen aan merkte Jack dat hij niet zo goed meer zag. In 2001 liet hij zich nog eens testen in het UZ Gent. Daar bleek dat hij het syndroom van Usher heeft. En hij had nog maar 12 graden zicht over. De dokter was verbijsterd dat Jack nog niet afgekeurd was. En voor de eerste keer kreeg Jack een goede uitleg over RP en Usher.

Autorijden werd hem afgeraden: het is gevaarlijk om nog rond te rijden met een gezichtsveld kleiner dan 120°. Toch dacht Jack er niet over om zijn auto en zijn vrijheid aan de kant te zetten. Bovendien had hij de auto nodig voor zijn werk. Hij ging naar het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzkeringen (een Nederlandse overheidsinstelling) en werd deels afgekeurd. Jack lichtte zijn baas in en er werden afspraken gemaakt, dat hij een aangepaste job kreeg. Door de gedeeltelijke afkeuring was hij goedkoper geworden, en zijn bazen wilden deze harde werker niet zomaar kwijt.

Jack moest vaak met zijn auto naar een werf rijden. Op een gegeven moment kon hij in één week 3 keer ternauwernood een aanrijding voorkomen. Dit was de druppel en hij besliste om de auto aan de kant te zetten. Dat was voor hem een zware beslissing. Rijden was zijn vrijheid, en dat die nu werd afgenomen door het Usher syndroom, vond hij heel erg. Tuning was zijn hobby, daar moest hij nu een kruis over maken. Het nieuws dat hij niet meer met de auto kon rijden, was een domper voor zijn baas, maar hij kreeg toch een aangepaste job.

Later ging het slecht in de bouwsector, waar veel ontslagen vielen. Ook Jack was de pineut. In 2003 viel het doek over zijn bouwcarrière.

In 2004 ging hij weer naar UZ Gent voor metingen, en zijn gezichtsveld was gekrompen naar 10°. Jack vroeg weer herkeuring aan en werd 100% afgekeurd. Hij heeft geprobeerd om via reïntegratie passend werk te vinden, maar dat liep op niets uit. Intussen heeft Jack nog een kokertje van 5° en probeert uit het leven te halen wat er in zit. Dit jaar is hij voor het eerst op vakantie geweest met het vliegtuig. Maar het liefst van al wil Jack ooit weer kunnen autorijden. Jack hoopt dat de artsen hem kunnen behandelen met gentherapie. Meer hierover kan je lezen op zijn Justgiving-pagina.