Reizen met Usher

Iedereen kijkt uit naar de grote vakantie. Twee heerlijke lange maanden vrij van school. Zelfs volwassenen leven, na een jaar hard werken, naar hun jaarlijkse vakantie toe. Eindelijk tijd voor jezelf, om te genieten en ook om te reizen. Een stukje van de mooie wereld zien, wie wil dat niet? Voor mensen met het Usher syndroom is reizen niet zo gemakkelijk. Vandaag vertelt Christel haar reiservaringen als persoon met Usher.

Een terrasje in Barcelona
Een terasje in Barcelona

Op reis gaan betekent koffers pakken. Niet te veel meenemen, want dan mag je misschien het vliegtuig niet op. En ook niet te weinig. Maar dat is niet simpel voor mensen met Usher. Heb ik mijn droogtabletten en reinigingsmiddel voor mijn hoorapparaten mee? Oh ja: heb ik genoeg reserve-batterijtjes mee? Want stel je voor dat je ver weg zonder batterijen valt. En zonder gehoor. Dan zou ik er mooi staan, want ik kan ook niet goed zien.

Heb ik mijn zonnebrillen mee? Eentje voor bij matige zon en eentje voor bij straffe zon.
En mijn leesbrillen? Eentje voor in bed, eentje voor als de zon schijnt en nog eentje voor in mijn handtas (een goedkoop brilletje, zodat ik in de winkels de kleine letters op de etiketten kan lezen). Heb ik mijn bril voor ver mee? Deze gebruik ik om mijn man te helpen kijken als we met de auto weg gaan. Voor zover dit enig nut heeft, aangezien ik alles te laat of helemaal niet zie. Ik heb maar een kleine koker om alles mee te zien.

Heb ik mijn petten en hoedjes mee en passen ze goed bij mijn kleren? Die heb ik nodig om te genieten van de omgeving tijdens onze wandelingen. De zon kan zo verblindend zijn en dan kan ik niet zo goed zien. Het felle licht doet pijn aan mijn ogen.

Zou ik mijn witte stok meenemen? Nee, niet nodig: mijn man zal me wel steeds vergezellen. Of toch niet?

Vakantie betekent voor de meeste mensen een hele dag op stap. En ook een terrasje doen, ergens gaan eten. En daar hoort ook af en toe een plasje bij. Maar waar is het toilet? Zou ik daar geraken zonder brokken? Mijn man kon me niet begeleiden, want hij moest op de spullen letten. Dus probeerde ik het zelf. Het toilet was moeilijker te vinden dan ik dacht. Gelukkig schoot er iemand van het restaurant te hulp. De jongen fluisterde iets, maar ik verstond het niet. Toen het duidelijk werd dat ik het toilet zocht, bracht hij me erheen.

Op het toilet was het nogal donker. Toen ik klaar was moest ik op zoek naar de klink van de deur. Maar ik vond hem niet. Ik zat toch niet opgesloten? Dus ging ik voelen, van boven naar onder en van links naar rechts. Na een tijdje vond ik de klink: in dezelfde kleur als de deur. En ik had het weer niet gezien.

Ondertussen gaf één van mijn hoorapparaten het signaal dat de batterij leeg was. Ook dat nog! Kon ik weer gaan prutsen aan die kleine batterijtjes in het halfdonker. Hopelijk rolt er geen batterijtje weg, want vind dat maar eens!

Eindelijk klaar. Wat een opluchting! Nu kan ik terug naar mijn schat. Maar.. OEPS! Knal! Daar lag ik op de grond. Van een trapje gevallen omdat ik aan mijn hoorapparaat liep te denken. Was ik dus weer vergeten dat ik daarnet bij de doorgang naar het toilet twee treetjes heb genomen. Potverdorie, wat doen mijn tenen nu pijn.  Mijn tranen verbijtend, ging ik weer naar mijn man.

Mijn man zag dat er iets was, en vroeg waarom ik huilde. Ik zei: ‘Omdat ik potverdorie niet alleen naar het toilet kan geraken!’.

Tja, ook DIT is vakantie…. Voor iemand met Usher!